myanmar2018.reismee.nl

Met de boot naar Mingun

De laatste plek die we in de omgeving van Mandalay hebben bezocht, is Mingun. Niet de plek die door iedereen wordt bezocht. Vanuit Mandalay is Mingun bereikbaar met de boot over de Irriwady-rivier. Een tochtje van een uur. Elke ochtend om 9 uur vertrekt de boot en om 12.30 uur moet je weer aanwezig zijn voor de terugtocht. Als je die boot mist, kun je nog terug door privé een boot te huren. Je hebt dus slechts 2,5 uur voor Mingun. Alles ligt binnen loopafstand vanaf de  boot en het is allemaal goed te doen in de beschikbare tijd.
We vonden het bezoek aan deze plek veel mooier dan we tevoren hadden gedacht. Het blijkt dat, zodra je de stad uit bent, je in een heel andere landelijke omgeving komt, waar je af en toe het idee hebt dat de tijd hier heeft stilgestaan. Dat viel ons al op in Inwa en nu weer in Mingun.
Belangrijke treekpleisters in Mingun zijn de grote 90 ton wegende grote Mingun Bell en de onvoltooide Mingun Paya. Dit had de grootste ooit gebouwde stupa moeten worden. De bouw hiervan startte in 1790, maar het werk stopte toen koning Bodawpaya in 1820 stierf. Zeer de moeite waard waren twee andere tempels: de Pondaw paya en de hoge indrukwekkende Hsinbyume paya.

De drie koningssteden rondom Mandalay


Mandalay en drie steden rondom Mandalay hebben in de loop van de eeuwen nogal eens van stuivertje gewisseld als hoofdstad van koninkrijken in deze regio. De laatste koning van Mandalay werd in 1885 door de Britten afgezet. Een bezoek aan deze drie steden is door de historische gebouwen of restanten daarvan zeer interessant.
Er zijn niet zoveel mensen die ‘s ochtends voor zonsopkomst in Amarapura al naar de beroemde circa een kilometer lange van teakhout vervaardigde U Bein Brug gaan. Deze brug is een zeer geliefde plek bij fotografen. Een grote groep Chinezen dicteerde hier vanmorgen de gang van zaken. Ze hadden een visser ingehuurd, die op een door hen te bepalen tijdstip zijn net moest uitgooien. Jammer dat de dames en heren Chinezen ondanks hun dure uitrusting niet tot de categorie ervaren fotografen gerekend kunnnen worden. Dat geldt zeker ook niet voor mij, maar zelfs ik kon zien dat ze te lang wachtten tot ze het sein gaven aan de visser zijn net uit te werpen. Ik heb een keurige foto kunnen maken waarop het door de lucht zwevende net zichtbaar is, maar er was al teveel directe zonlicht om ook nog de zich er achter bevindende visser(sboot) goed in beeld te krijgen.
Na de zonsopkomst ontbeten en naar het klooster Bagaya Kyaung voor de obligate lunch van de monniken rondom half 11. We hadden na de ervaring in Bago vorige week beter moeten weten...

Saigang ligt aan de de andere oever van de Irriwady-rivier. Na een kort bezoek aan de Sitagu Buddhist Academy, was het meeste  verrassend in Saigang een school met de naam Aung Myae Oo met bijna 3000 jonge monniken en nonnen, novicen. Belangrijk doel van deze school is het onderwijs mogelijk te makern aan hen die zich dit niet zelf kunnen permitteren. In principe worden ze wel monnik of non. Heerlijk om daar rond te kunnen lopen en met een van de onderwijzeressen te kunnen praten.
De U Min Thonze Caves is een stupa met 45 in de vorm van een halve maan geplaatste boeddhabeelden.
Na de lunch volgde dan de derde en meest oude van de drie voormalige koninkssteden, Inwa. Inwa bereik je met een eenvoudige veerboot. Bij aankomst staan daar de paardenwagens klaar, het belangrijkste middel van vervoer in deze landelijk gelegen plaats. je kunt je eigenlijk niet voorstellen dat dit vroeger de hoofdstad van een koninkrijk was. De rit met de  zeer eenvoudige nauwelijks van enige vering voorziene  paardenkar vergt op de onverharde wegen wel wat van je lijf en ledematen. Dat moet je er dan maar voor over hebben, want er valt genoeg te zien in deze landelijke omgeving op plekken waar je het niet verwacht. We hebben het dan over de teakhouten Bagaya Kyaung (voormalig klooster), de Yadona Sin Me Pagode, die ons deed denken aan Angkor in Cambodja en de Maha Aungmye Bonzan, het koninklijke klooster.
De dag sloten we af bij de U Bein Brug in Amarapura voor de zonsondergang. Die is, door het gunstiger tijdstip aan het eind van de middag, populairder dan de zonsopkomst. Persoonlijk vond ik de zonsopkomst mooier.

Boeddhistische rondgang door Mandalay

Woensdag 17 en donderdag 18 januari

Na een ritje van 2 uur zijn we woensdagmorgen aangekomen in Mandalay. Deze tweede stad van Myanmar en haar omgeving is vol boeddhistisch gedenkwaardige plekken. Veel mensen besteden slechts 2-3 dagen aan deze regio; wij gaan het op ons gemak doen en blijven hier vijf dagen.
In een zeer eenvoudig restaurant hebben we de lekkerste curry ooit gegeten; wel erg pikant. Daarna zijn we toch maar even op pad gegaan naar de eerste tempel, de Shwe in Bin Kyaung. Dit klooster is volledig van teakhout gemaakt. De deuren en daken zijn voorzien van bijzonder houtsnijwerk. Erg jammer dat tijdens de militaire dictatuur er totaal geen geld is besteed aan het onderhoud van zulke fraaie kunstwerken. De huidige regering heeft er overigens ook geen geld voor. Tijdens ons bezoek werden we op een trap verrast door een slang. We zijn voor de zekerheid toch maar een stukje omgelopen. Veel monniken hebben we hier helaas niet gezien...

Donderdag en vrijdag hebben we een taxi ter beschikking, waarvan de chauffeur als gids dient. De eerste dag besteden we aan het bezoeken van alle belangrijke plekken in Mandalay. Later kunnen we dan eventueel eigen gelegenheid terug naar de plekken, die we nog eens op ons gemak willen bekijken.
De dag start niet al te vroeg om acht uur. Allereerst zijn we gaan kijken hoe het bladgoud wordt gemaakt, dat de pelgrims bij sommige heiligdommen op beelden plakken en naar het vervaardigen van papier van bamboe. Het maken van het bladgoud is gewoon slecht betaald slavenwerk. Een jongen van ca. 15 jaar slaat daar 3x 3 minuten lang met daarna een korte pauze zo’n 10 uur per dag met een zware hamer op een pakketje met goud om het plat te krijgen en dat 7 dagen per week! Je zult maar ongeschoold zijn in zo’n land.
Wat de Swhedagon in Yangon is, is de Mamamuni Paya in Mandalay: het belangrijkste heiligdom voor de Boeddhisten. Deze tempel trekt veel pelgrims, die een stukje bladgoud op de reusachtige boeddha die middenin het tempelcomplex staat.
Op weg naar onze volgende bestemming hebben we nog twee ambachten, gerelateerd aan de boeddhistische cultuur, bezocht. Allereerst werkplaatsen waar boeddhabeelden worden gemaakt. Ook hier geldt zachtjes uitgedrukt: zeer zwaar ongezond en slecht betaald werk. Daarna een atelier bezocht waar heel fijn houtsnijwerk wordt gemaakt.
De Shwenandaw Kyaung is eveneens een volledig van teakhout vervaardigde en eveneens slecht onderhouden tempel.
Tussendoor hebben we nog een bezoek gebracht aan het volkomen oninterresante Mandalay palace. Dit is een slechte replica van het oude verwoeste paleis.
We hebben onze tocht vervolgd met een bezoek aan het grote tempelcomplex de Kuthodaw. Dit comlpex bestaat uit 729 witmarmeren pagodes. In elke pagode/stupa staat een steen met daarop een ‘bladzijde’ tekst. Vandaar dat de Kuthodaw wel het grootste boek ter wereld wordt genoemd. Centraal in dit tempelcomplex staat een grote bladgouden pagode.
De dag sluiten we af met een bezoek aan Mandalay Hill. Veel mensen gaan hier uitsluitend naartoe voor de zonsondergang en het uitzicht over Mandalay. Je kunt met de auto, de lift en zelfs met de roltrap naar boven. Maar je kunt ook de ruim 250 meter hoge oude trappen naar de top beklimmen, een wandeling van ruim een half uur. Dat laatste heb ik gedaan. Onderweg ontmoette ik een stuk of zes jonge monniken, met wie ik verder naar boven ben gelopen. Voor hen is dit een mooie kans hun Engels te verbeteren. Voor mij de kans met hen over hun manier van leven en het leven in Myanmar te praten en.... foto’s van hen te nemen. Onze tocht eindigt met een traditionele maar altijd prachtige zonsondergang.

Thanaka

Op de foto’s van vrouwen op onze weblog valt op dat vrouwen vaak een lichtgele verfstof op het gezicht aanbrengen, vooral op de wangen. Deze verfstof heet thanaka. Deze traditionele make-up wordt gemaakt van de bast van de Murraya paniculata, een boomsoort die lijkt op onze acacia en alleen in noordelijke deel van Myanmar voorkomt. De bast wordt op een steen gemalen en daarna vermengd met enkele druppels water, tot er een witte tot lichtgele pasta ontstaat. Na het aanbrengen op de huid droogt de thanaka op tot een kleiachtige substantie.
Thanaka beschermt de huid tegen zonnebrand, voorkomt uitdroging en zorgt ook voor verkoeling.

Decadente (post-)koloniale tour

Wat Bogor voor het Nederlandse gouvernement in het voormalige Nederlands-Indie was, was Pyin Oo Lwin voor de Britse overheerser in Birma. Pyin Oo Lwin was de zomerresidentie van het Britse gouverement in Birma. Niet zo vreemd, want Bogor en Pyin oo Lwin liggen beide heerlijk koel in de bergen.
De koloniale sfeer herken je nog steeds in deze stad, vooral in de buitenwijken waar wij ook ons hotel hebben voor twee nachten. Er staan veel kapitale villa’s, er zijn duurdere restaurants en er is een grote golfclub.
De avonden en nachten zijn hier in januari behoorlijk fris met ca. 10 graden, maar overdag heb je een aangename temperatuur van 20-25 graden.
Vandaag hebben we een beetje een rustdag gepland voordat we vanaf morgen een dikke week ‘ flink aan de slag’ moeten in Mandalay e.o. en Bagan. Enigszins decadent hebben we vanmorgen een paardenkoets laten komen en werden we rondgereden in Pyin Oo Lwin. We zijn begonnen rondom het vlakbij ons hotel gelegen meer. Aan het meer hebben we koffie met gebak(!!) genomen op het terrras van een van de meest luxe restaurants hier, het Lake Front Feelcafe. Daar gaan we vanavond ook eten. Daarna zijn we naar het centrum van het stadje gereden en daar wat rondgekeken. Na de lunch vlakbij de golfclub zijn we terug gegaan naar ons hotel en doen verder vandaag rustig aan.


Over de Gokteikviaduct naar Pyin Oo Lwin

Als je van Hsipaw op weg gaat naar Mandalay, de tweede stad van Myanmar, doe je er goed dit grotendeels  in een boeiende treinreis over de Gokteikviaduct te doen. De meeste reizigers doen het traject van Hsipaw naar Pyin Oo Lwin (of andersom) en het stuk naar Mandalay over de weg. Uiteraard hebben wij op deze ‘blue monday’ de treinreis tot aan Pyin oo Lwin gemaakt in de redelijk comfortabele ‘upperclass’.De treinreis van Hsipaw naar Pyin Oo Lwin duurt bijna zeven uur over een afstand van ruim 200 kilometer. As je met de trein doorgaat naar Mandalay komen er nog eens zes uur bij. Bij de lokale bevolking is deze treinreis niet zo populair vanwege de lange reis. Er gaat ook slechts een keer per dag een trein in beide richtingen met als begin- en eindpunt Mandalay en Lashio. Onze trein vertrok vanmorgen al om vijf uur uit Lashio en wij stapten om half  tien in Hsipaw in de trein.
De Gokteik is het op een na hoogste viaduct ter wereld. De brug overspant een 300 m diepe kloof, is in 1903 gebouwd en geldt als een van de knapste staaltjes in de geschiedenis van de spoorwegbouw. De overheid van Myanmar heeft zo’n 15 jaar geleden een poging gewaagd dit viaduct te vervangen op een lager niveau door een moderner versie, maar zijn die poging gestaakt.
De trein gaat erg langzaam. In de stokoude wagons word je tijdens de reis regelmatig op en neer gewiegd en soms geschud. Zoals gebruikelijk stappen er regelmatig handelaren in en uit de trein. Het hoogtepunt van de reis is natuurlijk de spectaculaire passage over het Gokteikviaduct. De trein gaat daar bijna stapvoets overheen en dan nog schijnt het stalen geraamte te kraken. Naar de wc gaan tijdens het stuk over het viaduct is  verboden vanwege het aantasten van het staal door...... juist!

Wandeling door Shan dorpjes bij Hsipaw

Zaterdagmorgen zijn we van Yangon naar Lashio gevlogen in het noorden van Myanmar, vlakbij de grens met China. Dat was een vlucht met twee uur vertraging, en twee (geplande) tussenlandingen. Na vier uur in het vliegtuig en een taxirit van twee uur waren we pas om 6 uur ‘s avonds in ons prachtige hotel in Hsipaw. Dan blijkt de wereld van de reiziger toch klein te zijn: onze buren in het hotel (mooie bungalows) zijn een belgisch stel dat afgelopen woensdag ook de treinreis met de circle line in Yangon maakte. Gezellig met deze leuke mensen de rest van de avond zitten kletsen.
De temperaturen zijn in deze regio een flink stuk lager dan in Yangon met zo’n 25 graden overdag. Zondagmorgen om 7 uur was het slechts 16 graden en ontbijten buiten in het restaurant van het hotel moest echt met warme kleren aan.
Zondag zijn we met onze gids Sai Sai gaan wandelen in de omgeving van Hsipaw. We hebben zo’n 10-12 km gewandeld langs een aantal Shan dorpjes. Dit was weer een prachtige ervaring. De mensen in de dorpen zijn, zoals overal in Myanmar, geweldig vriendelijk. Waar je ook stopt overal vinden ze het prima als  je komt kijken wat ze doen en via de gids een praatje maakt. In deze dorpjes worden veel agrarische producten voortgebracht, die ‘s morgens tussen 5 uur en half 7 op de markt in Hsipaw worden verkocht. Dat varieeert van groenten, fruit, bloemen tot ambachtelijkre producten zoals bamboe stroken, bamboe hoeden of uitgeholde bamboe gevuld met zogenaamde ‘ sticky rice’. Bamboe wordt in de tropen overal voor gebruikt. De mensen zijn daar zo inventief mee.
Het was een relaxte wandeling door een heerlijk rustige omgeving.
Tot nu toe hebben we een zeer afwisseld programma gehad met elke dag wel iets anders als activiteit. Of we dat 28 dagen lang voor elkaar krijgen???

Prachtige zonsondergang en ontwaken in de mist: welkom op de Gouden Rots

Mount Kyaiktiuyo oftewel de Gouden Rots is verreweg de belangrijkste plek voor pelgrims uit Myanmar, maar ook andere Boeddhistische landen. Deze plek is alleen bereikbaar in het droge seizoen (nov- april). Het laatste stuk van ca. 10 kilometer naar de top kun je alleen afleggen met trucks, die tussen 5 uur ‘s morgens en 6 uur ‘s avonds constant in rijen heen en weer rijden over de zeer steile weg naar de top. De truck vertrekt pas als alle plaatsen op de banken achterin helemaal vol zijn. Een ervaring om dit mee te maken, zittend tussen alle pelgrims. Toeristen zoals wij zijn hier verreweg in de minderheid. Ook al een hele goede reden om dit mee te willen maken.
We zijn ‘s middags om 3 uur omhoog gegaan en pas de volgende morgen om 10 uur naar beneden gegaan. We hebben overnacht in een van de weinige (veel te dure) hotels op 20 minuten lopen van de Gouden Rots. Een groot deel van de pelgrims slaapt in de openlucht. Zover ging onze solidariteit niet...
De Gouden Rots is bizar. Het is een enorme rotsblok die heel precair op de rand van de berg balanceert. Volgens de overlevering wordt de rots op zijn plek gehouden door een haar van Boeddha. Vandaar zijn status als belangrijke pelgrimsplek. De rots is helemaal met bladgoud bedekt. Dat aanbrengen van bladgoud gaat nog steeds door en is vaak onderdeel van de pelgrimstocht.
De sfeer rondom de Gouden Rots is magisch en mysterieus. Er wordt gezongen, er worden kaarsen en wierook gebrand, er wordt geofferd en gebeden. Zonsondergang, de avond en nacht en rondom dageraad zijn de tijden dat de sfeer echt mysterieus wordt.
Vandaar dat wij ervoor hebben gekozen te overnachten, zodat we die sfeer goed konden proeven. We hebben het wat dat betreft ontzettend getroffen.
‘S avonds een prachtige zonsondergang. Indrukwekkend om de zon langzaam te zien ondergaan, waarbij de gouden rots steeds van kleur verandert. Je komt ook ogen tekort om in je op te nemen wat er allemaal rondom je gebeurt.  
‘S morgens ontwaakte de rots in de mist, die het geheel nog mysterieuzer maakt. We zijn vanmorgen om 5 uur opgestaan en om kwart voor 6 zijn we vanaf ons hotel naar de rots gelopen. Bij de wandeling naar boven loop je in de mist nog voor het ochtendgloren tussen een horde van pelgrims: sommigen gaan met ons naar boven, terwijl anderen, die hebben overnacht, alweer naar beneden gaan.
Boven zitten nog pelgrims die overnacht hebben, met dekens omgeslagen te ontbijten. Bij de Guoden Rots is het al druk met pelgrims. We hebben geen zonsopkomst meegemaakt, maar beter dan met die mist hadden we het niet kunnen treffen.
Op de weg terug naar het hotel voor het ontbijt kwamen we flink wat bedelmonniken tegen. Later bleek bij de afdaling met de truck, dat zij hiervoor te voet de  berg op wandelen. Het klooster staat  ergens lager langs de weg ....
De afdaling met de truck was nog spectaculairder dan de rit naaar boven op de steile weg. Langzaam minder mistig met prachtige uitzichten. Lastig te fotograferen vanuit de hobbelende truck.

Je zou het bijna vergeten, maar op weg van Yangon naar de Gouden Rots zijn we in Bago gestopt. We hebben daar de Kya Kha Wain Kyaung, een klooster met ca. 300 monniken, bezocht. Om 11 uur vindt hun lunch plaats. Het eten krijgen ze via bedelen. Daarvoor gaan ze in een lange rij door de gangen van het klooster met aan weerszijden mensen die hen eten (en geld) geven. Zo langzamerhand is dit zo’n druk bezochte toeristische attractie dat het wel op aapjes kijken gaat lijken. Na nog wat kleinere bezienswaardigheden en onze lunch gingen we dus op weg naar de Gouden Rots.
Vrijdagmiddag terug in Yangon en zaterdag vliegen we dan naar het noorden.